Kinderhandboek 0 - 4 jaar

 

VOEDING

Zuigelingenvoeding
Voeding van kinderen van 1 tot en met 4 jaar
Spugen
Miezemuizen
Lekkerbekken
Obstipatie
Peuterdiaree


ZUIGELINGENVOEDING

Borstvoeding

Als een moeder voor borstvoeding kiest en door omstandigheden niet zelf kan voeden, hoeft dit het geven van borstvoeding niet te belemmeren. Zij kan van tevoren een hoeveelheid afkolven. De afgekolfde melk moet hygiŽnisch bewaard worden :

  • in de koelkast (4 graden Celcius) en maximaal 24 uur
  • in het vriesgedeelte van de koelkast afhankelijk van de vriestemperatuur 2 weken tot 1 maand

De baby kan op deze manier toch op de gewenste tijden moedermelk krijgen.

Flesvoeding

De volledige zuigelingenvoedingen zijn gemaakt op basis van koemelk en zoveel mogelijk aangepast aan de samenstelling en eigenschappen van moedermelk. Dit in tegenstelling tot koemelk-watermengsels die niet volwaardig zijn. Er bestaan nauwelijks verschillen tussen de verschillende merken volledige zuigelingenvoedingen. Toch blijkt een zuigeling in de praktijk soms beter op de ene dan op de andere zuigelingenvoeding te reageren. Voor zuigelingen met een bepaalde gevoeligheid, ondergewicht of stoornissen in de spijsvertering zijn er speciale volledige zuigelingenvoedingen in de handel.

Bereiding van flesvoeding

  • handen wassen met water en zeep
  • kook iets meer dan de benodigde hoeveelheid water (in verband met verdamping), neem geen warm water, maar koud water uit de kraan
  • laat het 3 tot 5 minuten doorkoken en daarna afkoelen tot het lauw is
  • los de hoeveelheid poeder (zie gebruiksaanwijzing) in het water op met behulp van bijvoorbeeld een garde
  • de voeding kan het beste afgedekt en maximaal 24 uur in de koelkast bewaard worden
  • wat niet gedronken is moet weggegooid worden

De flesvoeding in een fleswarmer of in de magnetron opwarmen. Belangrijk bij verwarmen in de magnetron :

  • zet de fles zonder speen in de magnetron
  • schud de fles goed na verhitting om een gelijkmatige verwarming van de melk te krijgen
  • de fles wordt minder snel warm dan de melk: controleer de temperatuur van de melk dus altijd op de onderarm!

Opvolgmelk

Het verdient de voorkeur om gedurende het tweede halfjaar opvolgmelk te geven. De samenstelling hiervan is volledig afgestemd op de behoefte van kinderen van 6 tot 12 maanden. Na het eerste levensjaar kan gewone, volle koemelk gegeven worden.

Bijvoeding

Tot ongeveer 6 maanden bevatten zowel borstvoeding als volledige zuigelingenvoeding alle voedingsstoffen die het kind nodig heeft (behalve vitamine D bij borstvoeding). Toch wordt er al vaak eerder begonnen met bijvoeding, omdat verzorgers het leuk vinden. Uit voedingsoogpunt is dit echter niet nodig.

Na de zesde maand is het nodig om de melkvoeding aan te vullen. Wat zijn de mogelijkheden van bijvoeding :

  • Fruithapjes
    Fruit, geperst, geraspt, gezeefd of later geprakt of in kleine stukjes gesneden is nodig in verband met vitamine C. Vruchtensiropen kunnen veel vitamine C bevatten, maar leveren ook veel suiker. Deze suiker hebben kinderen niet nodig. Vitamine C kan daarom beter in de vorm van vers fruit of vruchtesap gegeven worden zonder toegevoegd suiker. Banaan bevat een enzym dat vitamine C onwerkzaam maakt! Hierdoor is de vitamine C werking binnen 15 minuten sterk verminderd. Een fruithapje gemaakt van sinaasappelsap en geprakte banaan is daarom af te raden.
  • Brood of pap
    Na de zesde maand kan een aantal melkvoedingen vervangen en/of aangevuld worden door brood of pap (met graan in de fijnste vorm en eerst zonder gluten, zoals rijstebloem). Het is niet nodig om met witbrood te beginnen, bruinbrood belast het maagdarmkanaal niet extra en levert meer voedingsstoffen (o.a. ijzer). Treedt er diarree op en/of zitten er veel onverteerde stukjes in de ontlasting, wacht dan met het geven van brood of geef het in kleinere hoeveelheden.

VOEDING VAN KINDEREN VAN 1 T/M 4 JAAR

Om alle voedingsstoffen binnen te krijgen die nodig zijn voor groei, energie en weerstand hebben kinderen een gezonde voeding nodig.

De broodmaaltijden

  • Brood :
    Begin met lichtbruin brood en ga langzaam over op donkerder soorten. Als het kind de korsten niet wil, bewaar die dan voor tussendoor om op te kauwen. In plaats van brood kan evt. pap van grove bindmiddelen gegeven worden (b.v. havermout, Bambix-groeiontbijt, Brinta). Voeg geen suiker toe.
  • Broodbeleg :
    Besmeer het brood met boter of margarine. Zorg voor variatie in het broodbeleg. Mogelijkheden zijn :
  •  
    • (smeer)kaas en vleeswaren, maar bedenk dat het kind hier maar weinig van nodig heeft
    • fruit en groente, b.v. plakjes banaan, appel, peer, aardbeien, plakjes tomaat, komkommer, radijs, geraspte wortel
    • pindakaas, sandwichspread of af en toe zoet beleg
  • Drinken :
    Een bekertje melk of karnemelk is de beste keus. Wees matig met suiker bevattende melkproducten zoals chocolademelk en drinkyoghurt.

Tussendoor

Omdat kinderen een kleine maag hebben, kunnen zij niet zoveel tegelijk eten en drinken. Ze hebben dan ook snel weer trek. Een tussendoortje is daarom belangrijk. Wat niet bij de maaltijd is opgegeten of opgedronken kan alsnog tussendoor gegeven worden. Wen kinderen niet aan teveel zoetigheid. Het lichaam heeft geen suiker nodig en suiker is slecht voor het gebit. Limonadesiroop, frisdrank, vruchtennektar, chocolademelk, yoghurtdrank, snoep, koek en chocola bevatten veel suiker. Geef dit niet dagelijks.

Geschikte tussendoortjes zijn :

  • melk, karnemelk, yoghurt
  • (slappe) thee met veel melk, met zo min mogelijk suiker
  • (mineraal)-water
  • fruit: geef fruit bij voorkeur vers; het kan vervangen worden door een bekertje ongezoet vruchtesap
  • soepstengel, rijstewafel, cracker, volkoren biscuitje, broodkorst,
  • stukjes rauwe groente (wortel, komkommer, augurk etc.)

Vocht

Per dag zijn minstens 6 bekertjes (ongeveer 1 liter) nodig :

  • melk en melkproducten,
  • (mineraal)water,
  • (vruchten, kruiden)thee,
  • verdund vruchtesap (half sap, half water),
  • groentesap.

Kinderen die dagelijks fruit eten hebben extra vitamine C uit rozebottelsiroop niet nodig! Deze siropen bevatten veel suiker.

Wat kan je doen

Het kindercentrum en de ouders zullen van elkaar op de hoogte moeten zijn wat betreft de verstrekte voeding en dranken om er gezamenlijk voor te kunnen zorgen dat het kind een volwaardige, gezonde voeding binnenkrijgt. Hiervoor is goed overleg nodig. Het kindercentrum kan een voorbeeldfunctie vervullen t.a.v. gezonde voeding door goede maaltijden samen te stellen en verstandige tussendoortjes te verstrekken.


SPUGEN

Wat is spugen

Je kunt spugen onderscheiden in teruggeven en braken. Teruggeven van een kleine hoeveelheid voeding tijdens of kort na het voeden is een onschuldige gewoonte. Braken is het geheel of gedeeltelijk teruggeven van de voeding. Dit is niet onschuldig en verdient dus aandacht.

Wat zijn de oorzaken van teruggeven

De meest voorkomende oorzaken zijn :

  • verkeerde voedingstechniek
  •  
    • te groot gat in de speen
    • te snel en te veel drinken
    • verkeerde houding (teveel rechtop) tijdens het voeden
    • lucht happen
    • niet goed boeren tijdens of na de voeding
  • tijdstip van het geven van de voedingen
  •  
    • wanneer het kind lang huilt, voordat het voeding krijgt, slikt het veel lucht in
  • terugvloeien voeding
  •  
    • de voeding kan gemakkelijk "teruglopen", doordat het sluitingsmechanisme van de maag nog niet goed ontwikkeld is

Wat kun je eraan doen

Welke maatregelen kunnen er genomen worden bij teruggeven? Het kind kan vaker met kleinere hoeveelheden gevoed worden. Bij flesvoeding is een goede speen met de juiste gatgrootte van belang en de speen moet steeds gevuld zijn met melk. Het is het beste om het kind halverwege de voeding rechtop te zetten om te laten opboeren. Vermijden van emoties en het kind rustig houden na de voeding is ook belangrijk. De rechterzijligging is na de voeding het beste.

Welke maatregelen kunnen er genomen worden bij braken? Belangrijk is om in eerste instantie de oorzaak van het braken te achterhalen. De arts dient ingeschakeld te worden als het kind niet goed groeit of zelfs afvalt, een lusteloze indruk maakt en/of een verminderde eetlust heeft. Als het kind wel goed groeit en in goede conditie is, kunnen de volgende maatregelen getroffen worden :

  • hoofdeinde van het bedje omhoog brengen door iets onder de poten te zetten
  • voldoende vocht geven om uitdroging te voorkomen
  • voeding verdikken met Johannesbroodpitmeel (dat is een vezel die de ontlediging van de maag bevordert, de darmwerking reguleert en geen calorieŽn levert)

Helpen deze maatregelen niet, dan is het ook noodzakelijk de arts te raadplegen, met name omdat de kans op uitdroging bij (ernstig) braken behoorlijk groot is (zie shock).


MIEZEMUIZEN

Wat is het

Ouders en verzorgers zijn vaak ongerust over de kleine hoeveelheid eten die kinderen bij de maaltijden gebruiken. Dat is begrijpelijk, maar niet altijd terecht.

Hoe komt het

Kinderen hebben een sterk wisselende eetlust afhankelijk van :

  • de mate van groei : als de groei minder is, is de eetlust ook minder
  • de mate van activiteit de
  • hoeveelheid extraatjes tussen de maaltijden
  • de lichamelijke conditie : als het kind niet lekker is, zal het minder trek hebben

In bovenstaande situaties is er weinig reden tot ongerustheid. Later haalt het kind 'de schade' wel weer in.

Kinderen hebben een eigen willetje : Een peuter wil alles onderzoeken. Hij is zijn eigen ik aan het ontdekken en dat zullen zijn ouders en verzorgers weten. De maaltijd leent zich daar uitstekend voor.

Wat kun je eraan doen

Als een kind voldoende in de lengte en in gewicht groeit en vrolijk en actief is, kun je er zeker van zijn, dat het kind genoeg krijgt. Je hoeft je niet zo snel ongerust te maken over de hoeveelheid eten van het kind. Het kind weet zelf welke hoeveelheid goed is. Als baby wist het zelf hoeveel het nodig had. Nu het kind wat groter is, is dat nog steeds zo. Zijn eetlust is de beste graadmeter. Een kind zal zichzelf nooit uithongeren.

Laat je niet verleiden de machtstrijd uit te vechten. Besteed geen extra aandacht aan de eetproblemen. Hoe meer je je opwindt, des te meer tegenwerking zul je ondervinden. Ga niet dreigen of chanteren. Vaak zijn eetproblemen al te voorkomen, wanneer het kind de kans krijgt zijn eigen wil kenbaar te maken en daarmee dan ook rekening wordt gehouden. Daarbij bepaal je als ouder of leidster natuurlijk wel de grenzen.

Natuurlijk zijn er kinderen die iets nooit willen. B.v. nooit groente of nooit fruit. Als dit het geval is, schrijf dan eens een paar dagen op wat het kind allemaal eet en drinkt. De ouders kunnen dit bespreken op het consultatiebureau of contact opnemen met een diŽtist.

Tips bij slechte eetlust zijn :

  • zorg voor gezonde tussendoortjes, die het karakter hebben van een kleine maaltijd, b.v. een krentebol met een glaasje melk
  • wees matig met snoep; stel duidelijke grenzen en maak afspraken, b.v. 1 x per dag 1 snoepje
  • bereid het kind voor op het eten; voorkom dat het kind moe aan tafel komt.
  • maak af en toe iets feestelijks van het eten door de tafel en het eten te versieren; betrek het kind hierin geef kleine, aantrekkelijk uitziende porties
  • laat het kind niet langer dan b.v. 20 minuten aan tafel
  • zorg voor veel afwisseling bij de maaltijden
  • zorg dat het kind voldoende drinkt, maar geef het niet te veel bij de maaltijd of vlak ervoor; dat vult de maag, waardoor het kind onvoldoende wil eten
  • soms eet een kind zijn warme maaltijd gemakkelijker, wanneer het eten fijngemaakt en geprakt wordt.

LEKKERBEKKEN

Wat is het

Sommige kinderen hebben altijd trek. Ze eten graag, vaak en veel. Zolang een kind daardoor niet te dik wordt, is dit geen probleem. Een grote eetlust kan verklaard worden door een periode van sterke groei of door grote lichamelijke activiteit.

Wat kun je eraan doen

Wanneer sprake is van overgewicht, is het van belang extra aandacht te besteden aan wat en hoeveel het kind eet en drinkt. Let dan op de volgende punten:

  • Zorg voor een vezelrijke voeding. Vezels zijn de onverteerbare deeltjes in de voeding. Vezels prikkelen de darm tot activiteit en ze binden vocht, waardoor er regelmatig een goed gevormde, zachte ontlasting ontstaat. Vezels zorgen ook voor een verzadigingsgevoel, waardoor het kind minder snel trek krijgt. Vezelrijke producten zijn: donkere broodsoorten, volkoren beschuit en crackers, pap van groffe bindmiddelen, volkoren deegwaren, zilvervliesrijst, peulvruchten, groenten en fruit.
  • Van veel zoetigheid en veel vet worden kinderen dik. Geef zoveel mogelijk verstandige tussendoortjes. Beperk snoep, koek, chocola, suiker, zoutjes en zoete dranken zoveel mogelijk. Stel duidelijke regels.
  • Gebruik snoep (of eten in het algemeen) niet als troost of beloning. Wanneer een kind getroost moet worden geef het dan aandacht door even te knuffelen, te praten, samen iets te doen of geef als beloning een klein kadootje, b.v. een ballon of een sticker.

OBSTIPATIE

Wat is het

Er is sprake van obstipatie als de ontlasting harder is en/of het aantal keren dat het kind ontlasting heeft minder is dan voorheen. Symptomen van obstipatie zijn harde ontlasting, geringe eetlust, perioden met braken en (buik)pijn.

Hoe krijg je het

De belangrijkste oorzaken zijn:

  • te weinig vezels in de voeding
  • te weinig vocht
  • weinig lichamelijke activiteit
  • overslaan van het ontbijt en onregelmatig eten
  • niet toegeven aan aandrang spanningen

Wat kun je eraan doen

  • zorg voor voldoende vocht, d.w.z. minimaal 1 liter in de vorm van melk(producten), (mineraal)water, slappe thee, vruchtensappen en ook groentesappen
  • een goede verdeling van de voedingen over de dag is belangrijk; sla geen maaltijd(en) over

het is goed om een kind met obstipatie op een vaste tijd op de pot of naar het toilet te laten gaan en zo aan een vast ritme te wennen. Ook de houding is van belang. Op het toilet kan de houding verbeterd worden door een opstapje onder de voeten te zetten.

Opmerkingen

Ga nooit experimenteren met geneesmiddelen. Laxeermiddelen nemen de oorzaak niet weg en maken de darmen nog luier.

Langdurige obstipatie is niet normaal, raadpleeg dan een arts.


PEUTERDIARREE

Wat is het

Bij diarree is er sprake van een brijachtige tot waterdunne ontlasting, afhankelijk van de oorzaak (zie ook diarree). Bij zogenaamde 'peuterdiarree' is er sprake van een brijachtige ontlasting. In het algemeen maakt het kind geen zieke indruk en groeit het goed. De oorzaak van peuterdiarree is meestal een voeding die weinig vezels en vet bevat. Wanneer een kind veel suiker binnenkrijgt kan dat de diarree verergeren.

Wat kun je eraan doen

Maatregelen die je bij peuterdiarree kunt nemen :

Zorg voor een gezonde voeding. Deze bevat een goede hoeveelheid vezels. Het is niet nodig kleine kinderen magere producten te geven. De overgang van moedermelk of flesvoeding die naar verhouding vrij vet is op halfvolle en magere producten kan te groot zijn. Peuters en kleuters hebben volle melk en volle melkproducten en margarine nodig. Wees matig met zoetigheid. Geef geen suikervrije producten zoals suikervrije koek, snoep of chocola. Deze zijn vaak gezoet met een zoetstof, sorbitol, die aanleiding kan geven tot diarree. Ongezoet vruchtesap bevat van nature vruchtesuiker. Appelsap bevat bovendien sorbitol. Teveel kan de diarree verergeren. Geef maximaal 2 bekertjes per dag.

N.B. Langdurige diarree is niet normaal, raadpleeg dan een arts.

Aanvullende informatie

Voor meer informatie over de voeding van en eetproblemen bij peuters en kleuters :

Voorlichtingsbureau voor de Voeding
Postbus 85700
2508 CK Den Haag

DiŽtisten van thuiszorgorganisaties in Flevoland
Thuiszorg Flevoland,
tel. 0320-237666

Stichting Eerstelijns Voorzieningen Almere,
tel. 036-5488548

Stichting het Oude en Nieuwe land,
Emmeloord, tel. 0527-630300


Zorgnetwerk Flevoland 2000