Handboek 12-19

Inhoudsopgave

Sociale Kaart
 

Hoofdstuk 8 Veiligheid

 

8.1 De ARBO-wet en leerlingen
8.2 Het lokaal
8.3 Calamiteitenplan
8.4 Controlelijst

8.1. DE ARBO-WET EN LEERLINGEN

Leerlingen zijn in de breedste zin van het woord "werknemers" van een school. Op hen is dan ook de Arbo-wet van toepassing. Zo zullen leerlingen in de praktijklessen gebruik moeten maken van veiligheidskleding, brillen en helmen als dit in de praktijk ook van toepassing is. Er zijn teveel verschillende veiligheidsmaatregelen om deze hier allemaal te beschrijven. Met vragen ten aanzien van leerlinggerelateerde onderwerpen wordt een voortgezet onderwijs instelling geadviseerd advies in te winnen bij de eigen Arbo-dienst. De Arbo-dienst is het best op de hoogte van regel- en wetgeving en van methoden en instrumenten waarmee uw school op veiligheid beoordeeld kan worden zoals bv. vragenlijsten en inspectielijsten. Daarnaast beschikt de Arbo-dienst over een groot aantal instellingen en adressen om u te kunnen verwijzen voor zeer specifieke vragen.
Met vragen over de volgende thema's kan men bij de eigen Arbo-dienst terecht:

  • Algemene School Verkenning (ASV). Dit is de risico-inventarisatie en -evaluatie die speciaal voor het onderwijs, in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Arbeidsomstandigheden (NIA), is ontwikkeld. Uw eigen Arbo-dienst kan u begeleiden bij de uitvoering of, indien gewenst de ASV voor u uitvoeren.
  • Het helpen met en het adviseren over het opzetten van Arbo-beleid.
  • Wet- en regelgeving t.a.v. zowel het gebouw als de inrichting van theorie- en vaklokalen.
  • Bedrijfshulpverlening hieronder vallen o.a. zaken als:
    o eerste hulp bij ongevallen;
    o brandveiligheid
    o ontruimingsplan;
    o (bijna)ongevalregistratie.
  • Bijzondere thema's als, preventie en bestrijding van seksuele intimidatie, agressie en geweld.

Het Centraal Orgaan voor de Bedrijfsgezondheidszorg in het Onderwijs (COBGZ) geeft het blad R'entree uit. In dit blad vindt U specifieke informatie over de regel- en wetgeving voor het onderwijs. Tevens wordt u op de hoogte gehouden van de laatste ontwikkelingen.

8.2. HET LOKAAL

Omdat de hele dag gebruik gemaakt wordt van de lokalen zijn hieronder de belangrijkste zaken nader toegelicht.

Verlichting
Ventilatie
Temperatuur
Akoestiek
Meubilair

8.2.1. Verlichting

De verlichting moet gelijkmatig zijn en geen verblinding veroorzaken door reflexie.
Voorschriften:
Kunstverlichting op 0.75 m hoogte boven de vloer:

  • 250 lux in onderwijs-/verblijfsruimte;
  • 200 lux in ruimten voor bewegingsonderwijs op de vloer en afgeschermd;
  • 125 lux in de ondersteunende ruimten.
    Daglicht verdient de voorkeur boven kunstlicht, maar in Nederland is meestal bijverlichting noodzakelijk. Het gebouw dient aan de zonzijde voorzien te zijn van een (liefst buiten-) zonwering.

8.2.2. Ventilatie

Mogelijkheden voor ventilatie zijn mechanische, natuurlijke en dwars ventilatie. Van belang hierbij is de raamcapaciteit (aan een of beide zijden van het lokaal, ligging al dan niet aan een gang, raamstand regelbaar e.d.).
Ook al zijn er goede voorzieningen t.a.v. de ventilatie, dan is het gebruikersgedrag toch nog van grote invloed. In de pauze kan extra gelucht worden door ramen en deuren open te zetten; na 10 minuten is de lucht volledig ververst

Er mogen geen klachten zijn over te droge of te vochtige lucht.
Te droge lucht zorgt voor een overmatige verdamping van vocht, wat verschijnselen van uitdroging veroorzaakt, zoals prikkelende ogen en een droge keel. Een te grote relatieve luchtvochtigheid in een ruimte kan als klam en drukkend worden ervaren. Luchtvochtigheid is te meten met een geijkte hygrometer.
De relatieve luchtvochtigheid moet tussen de 40 en 65% liggen.

8.2.3. Temperatuur

De temperatuur in een verblijfsruimte voelt het prettigst aan op 20° C.
In de overige ruimten: 15° C.
In de zomer mag een temperatuur van 25° C of hoger niet langer dan 5% van de verblijfstijd worden overschreden. In gebouwen bestemd voor een tijdelijke huisvesting is dit 8%.
Genoemde temperaturen geven alleen dan de gewenste behaaglijkheid wanneer de relatieve vochtigheid tussen de 40-65% ligt.
Er mag geen sprake zijn van vochtplekken, schimmelgroei en/of condensatie op ramen.

8.2.4. Akoestiek

Het geluid mag een nagalmtijd hebben van max. 1 seconde (in een lokaal). Het geluid in een lokaal mag de 30 dB niet overschrijden.
In een handvaardigheidlokaal de 35 dB niet en in de overige ruimten de 45 dB niet.
Veranderingen in onderwijs en scholenbouw zoals een open verbinding tussen de ruimten of multifunctionaliteit van de ruimten stellen eisen aan de geluidsisolatie binnen de school door de absorptie kwaliteiten van de wanden, het plafond, de vloeren en de afwerking.

8.2.5. Meubilair

Het meubilair moet in voldoende verschillende hoogten aanwezig zijn. Het is aan te raden tenminste 10% verstelbaar meubilair te hebben.
Het is ook aan te raden 2 x per jaar te bekijken of de verhouding leerling meubilair goed is.
Om te controleren of stoel en tafel bij een bepaalde leerling passen, handelt elke leerling als volgt.
Ga zitten met een rechte rug (in een hoek van 90%) en plaats de voeten plat op de grond.

  • Voel of de bovenbenen goed door de zitting worden ondersteund.
  • Voel of de ruimte tussen het einde van de zitting en de knieholte ongeveer de grootte van een vuist heeft.
  • Voel of de onderarmen goed op de armleggers rusten zonder dat de schouders opgetrokken moeten worden of naar beneden worden gedrukt en je onderuit gaat zitten.
  • Voel of de lende goed ondersteund wordt. Laat dat bij meisjes door een vrouwelijke docent en bij jongens door een mannelijke docent nakijken.

8.3. CALAMITEITENPLAN

Algemeen
Ontruiming van het schoolgebouw

Lichamelijk letsel
Overige noodsituaties
Calamiteiten buiten schooltijd

Een calamiteitenplan maken is voor elke school of gebouw een uniek plaatje. Het is daarom ook niet mogelijk om een vaste standaard te ontwikkelen. Hier is geprobeerd om een zodanig voorbeeld te geven zodat van hieruit een eigen plan ontwikkeld kan worden. Raadpleeg daarvoor ook de afdeling preventie van de eigen regionale brandweer. Daar is men zeker bereid om advies te geven.

8.3.1. Algemeen

  • Het belang van de leerling staat bij alle beslissingen voorop!
  • Blijf zelf zo rustig mogelijk om PANIEK te voorkomen.
  • De LEIDING berust in geval van noodsituaties bij de DIRECTIE.
  • Bij geval van afwezigheid hiervan neemt de docent, die coördinator is van het gebouw, de leiding op zich. Collega's nemen zijn groep over.
  • De leidinggevende docent waarschuwt zo snel mogelijk de directie en blijft tot diens komst met de leiding belast.
  • In gevallen waarbij politie of brandweer betrokken is, dient iedereen hun instructies onmiddellijk op te volgen.
  • Goed bedoelde suggesties van derden i.v.m. de uitvoering van dit rampenplan op kritieke momenten moeten steeds buiten beschouwing gelaten worden.
  • Het ontruimingsplan wordt tenminste 1x per jaar geoefend na bericht aan de ouders.
  • Hieraan voorafgaand worden gecontroleerd: de brandslangen, de blusapparaten en de actualiteit van het gehele calamiteitenschema.
  • Het is goed ook eens te oefenen.
  • Afhankelijk van de bezettingsgraad kan de directie van meer gebouwen de leiding bij calamiteiten delegeren.

8.3.2. Ontruiming van het schoolgebouw (brand- en bommelding)

Onderstaande regels gaan uit van extreme situaties, waarbij de snelheid van ontruimen de hoogste prioriteit heeft en alternatieve vluchtwegen mogelijk geblokkeerd zijn.

  • Na bepaling van de noodzaak van ontruiming belt de verantwoordelijke persoon eerst het alarmnummer 112.
  • geeft in elk lokaal mondeling het ontruimingsbevel.
  • waarschuwt eventueel de directie en gemeente.

Klassikale ontruiming o.l.v. de docent:

  • Controleer de eigen toiletgroep.
  • Doe de gangdeur dicht.
  • Pak de klassenmap + pen.
  • Verlaat met de leerlingen het lokaal door de ramen, eventueel uit meer ramen aan dezelfde kant
  • (koppen tellen) of dichtstbijzijnde nooduitgang.
  • Laat de leerlingen en docent zo dicht mogelijk bij raam of nooduitgang op elkaar wachten.
  • Controleer het eigen lokaal (kasten, tafels) op achterblijvers.
  • Jassen en andere persoonlijke eigendommen blijven gewoon in het gebouw achter.
  • Verzamel de groep op de speelplaats van het naastgelegen schoolgebouw: Houd rekening met vrijhouden van toegangswegen voor hulpverleners.
  • Controleer de groep aan de hand van de klassemap.
  • Ga bij slecht weer in het naastgelegen schoolgebouw naar binnen.
  • Wacht binnen of buiten op nadere instructies van de verantwoordelijke persoon.
  • Schriftelijk bijhouden welke leerlingen weggaan.

IN GEEN GEVAL:

  • Op eigen initiatief terug naar het verlaten pand.
  • Leerlingen naar huis sturen.

Directietaken bij klassikale ontruiming/evt. verantwoordelijke leerkracht:

  • Stel de noodzaak vast.
  • Bel het alarmnummer: 112.
  • Geef in elke groep mondeling het ontruimingsbevel.
  • Controleer alle overige ruimtes (niet: lokalen en toiletten) op achterblijvers.
  • Neem de leerlingenlijst en EHBO-koffer mee naar de speelplaats van het naastgelegen gebouw.
  • Licht zo spoedig mogelijk het bestuur/directie en zo nodig de inspectie in.
  • Houd zo goed mogelijk overzicht en toezicht op de situatie.

8.3.3. Lichamelijk letsel

  • Weet waar de EHBO-koffer hangt.
  • Er worden geen leerlingen naar huis gestuurd dan na vermelding bij de coördinator.
  • In twijfel en bij ernstige gevallen worden de ouders verwittigd en wordt vervoer naar dienstdoende huisarts of EHBO-afdeling van het ziekenhuis geregeld.
  • In extreme gevallen moet de ambulance worden gebeld (112).
  • Roep in voorkomende gevallen een collega met een EHBO-diploma om assistentie.

8.3.4. Overige noodsituaties

(Te denken aan bijvoorbeeld onbereikbaarheid van de school bij ijzel, technische storingen (verwarming) e.d.).

  • Bij onbereikbaarheid van de school dient men z.s.m. de school te bellen.
  • Beslissingsbevoegdheid ligt bij de directie na overleg met bestuur en/of inspectie.
  • Indien geen overleg mogelijk, directe verantwoording directie.
  • Bij afwezigheid van directie beslissen de overige teamleden in overleg (ook met collega's in de andere gebouwen!). Leiding: bij verantwoordelijke docent.
  • Gezond verstand, visie en verantwoordelijkheidsbesef moet men hierbij als uitgangspunt nemen.
  • Huiswaarts sturen van leerlingen: bij groepsgewijze noodzaak hiervan is de klassedocent verantwoordelijk voor de juiste gang van zaken.

8.3.5. Calamiteiten buiten schooltijd

  • Bij brand, inbraak, vandalisme in en rond de gebouwen, insluiping, e.d.: politie en/of brandweer bellen. Daarna de directie. Denk bij eventueel verder handelen eerst aan uw eigen veiligheid!
  • Bij ruitbreuk, alarmstoringen e.d., waarbij geen direct gevaar voor personen of zaken is: teamlid die in de wijk woont bellen en zo nodig de directie.

8.4. CONTROLELIJST

Er zijn meer organisaties die vragenlijsten hebben ontwikkeld om de veiligheid te checken. Over het algemeen worden die niet uitgesplitst voor de verschillende gebruikers. Omdat de leerlingen altijd het grootst in aantal zijn is hier gekozen voor de vragenlijst van het Landelijk Actie Komitee Scholieren (LAKS). Dit is de enige landelijke organisatie voor en door scholieren.

Schoolgebouw(en) en omgeving
Interieur en andere materialen
Ruimtes
Andere voorzieningen

8.4.1. Schoolgebouw(en) en Omgeving

O Zijn het schoolgebouw en het schoolterrein veilig te bereiken?
O Is de school (= gebouw en terrein) groot genoeg?
O Wordt de school mooi en gezellig om te zien gevonden?
O Is de school veilig en handig gebouwd en ingedeeld?
O Is de school in goede staat?
O Wordt alles goed schoongemaakt?
O Is de lucht fris genoeg?
O Is de temperatuur goed?
O Is het stil rondom school als er lessen of proefwerken bezig zijn?
O Hoeven leraren en leerlingen niet vaak te pendelen tussen gebouwen?
O Is er een ruim schoolplein?
O Is er een sportveld te gebruiken?
OIs het schoolterrein genoeg aangekleed met leuke dingen (boompjes, bloempjes, bankjes?

8.4.2. Interieur en andere materialen

O Zijn het interieur en de materialen in goede staat?
O Zijn er voldoende comfortabele tafels en stoelen in elke ruimte?
O Zijn er genoeg ruime kasten?
O Wordt meubilair dat stuk gaat snel gerepareerd?
O Zijn er voldoende benodigdheden, waaronder krijtjes, bordenwissers, overheadprojectors, videorecorders, tekenpapier, verf en zaagjes aanwezig op de juiste plaatsen?

8.4.3. Ruimtes

O Zijn er voldoende ruime klaslokalen?
O Zijn er voldoende schone toiletten, met schone handdoeken en zeep?
O Zijn er duidelijk aangegeven EHBO-plaatsen?
O Is er een plaats waar gevonden voorwerpen kunnen worden opgehaald?
O Is er een conciërgeruimte of een receptie waar men je helpt met eenvoudige vragen en problemen?
O Is er een bibliotheek of documentatiecentrum waar scholieren gebruik van kunnen maken?
O Is er een computerruimte waar scholieren gebruik van kunnen maken?
O Is er een ruimte voor en van de leerlingenraad?
O Zijn er ontspanningsruimtes of gemakkelijke zithoeken voor en van de leerlingen?
O Zijn er rustige studieruimtes?
O Is er een kantine, eventueel met een koffiebar of lunchroom?
O Zijn er kunstruimtes, bijvoorbeeld oefenruimtes waar leerlingen muziek kunnen maken?
O Is er een podium?
O Voldoen de ruimtes in aantal en grootte?

8.4.4. Andere voorzieningen

O Zijn er voldoende plaatsen om (brom)fietsen veilig te stallen?
O Zijn er genoeg voorzieningen voor gehandicapten?
O Is er een goedkoop boekenfonds?
O Is er een ruime, overzichtelijke garderobe?
O Zijn er kluisjes of afsluitbare kastjes voor scholieren?
O Zijn er liften waar leerlingen gebruik van mogen maken als het nodig is?
O Zijn er prikborden waar scholieren ongevraagd dingen op mogen hangen?
O Is er muziek tijdens de pauzes?
O Is het kantineaanbod voldoende en gezond?
O Zijn er automaten beschikbaar als de kantine gesloten is?
O Zijn er voldoende spelletjes en dergelijke om tussenuren en pauzes door te komen?
O Zijn er kopieerapparaten voor scholieren?
O Zijn er condoomautomaten?
O Zijn voorzieningen waarvoor je (extra) moet betalen redelijk geprijsd?
O Wordt de opbrengst van leerlingenvoorzieningen weer geïnvesteerd in zaken voor de leerlingen?